Vraagstukken

Whatsapp-fraude

In opdracht van politiebureau Katwijk, heeft het Student Politie Advies Netwerk (SPAN) een adviesrapport geschreven over het vergroten van de weerbaarheid tegen slachtofferschap van Whatsapp-fraude. Hierbij werden twee verschillende invalshoeken onderzocht:

  1. Welke technologische oplossingen zijn er om dit type fraude tegen te gaan?
  2. Hoe kan de doelgroep 50+ beter worden geïnformeerd over dit type fraude?

Om deze onderzoeksvragen te beantwoorden heeft het SPAN verschillende methoden gebruikt:

  • Feitenonderzoek. De feiten en cijfers over hulpvraagfraude in Katwijk zijn in kaart gebracht.
  • Interviews. Er zijn interviews afgenomen met uiteenlopende experts en stakeholders in het werkveld, waaronder een universitair expert in cyberveiligheid; medewerkers van bureau Katwijk en lokale communicatie-instanties.
  • Brainstormsessies. Er is een denktank georganiseerd met studenten Forensische ICT en het SPAN heeft een grootschalige Hackathon bijgewoond over hulpvraagfraude.

Whatsapp-fraude staat ook wel bekend als de ‘vriend-in-nood-fraude’. Een crimineel doet zich voor als zoon, dochter of goede vriend(in) en probeert zo, vaak met een zielig verhaal, geld te ontfutselen van onwetende slachtoffers. Sinds het begin van 2020 zijn de aangiftes van hulpvraagfraude via WhatsApp sterk toegenomen. De opsporing en bestrijding van deze fraude brengt echter verschillende uitdagingen met zich mee: berichten die worden verstuurd via WhatsApp worden automatisch versleuteld en een organisatie als WhatsApp is door haar internationale karakter een lastige partner om mee samen te werken. Uit het onderzoek bleek dat een puur technologisch hulpmiddel, mede om deze redenen, lastig te implementeren is op regionaal niveau. Ook gezien het feit dat dit zelfs op landelijk niveau nog niet verwezenlijkt is. Er wordt momenteel wel door verschillende partijen, waaronder de landelijke politie in samenwerking met het bankwezen, onderzocht op welke manier er effectieve barrières gecreëerd kunnen worden. De verwachting is daarom dat een samenwerking met andere stakeholders op landelijk niveau zal plaatsvinden. 

Op basis van de onderzoeksbevindingen heeft het Student Politie Advies Netwerk (SPAN) verder een aantal aanbevelingen gedaan, gericht op het vergroten van de weerbaarheid door middel van technologische oplossingen en voorlichting met fysieke en digitale middelen.

Geïnteresseerd in de aanbevelingen? Stuur dan een mailtje naar span.leiden@gmail.com voor het adviesrapport.

Communicatie

De districtsleiding Leiden-Bollenstreek heeft in de zoektocht naar een passende communicatievorm die aansluit bij de wensen van het district het SPAN gevraagd hierover mee te denken. Het SPAN heeft daarbij onderzocht wat de behoeftes zijn van de medewerkers in het district met betrekking tot de communicatie vanuit de districtsleiding. Het doel hiervan was om tot een advies te komen over een communicatievorm die aansluit bij de wensen en behoeftes van de medewerkers. 

Het district bestaat uit zes teams. Het SPAN heeft een enquête uitgestuurd naar alle teams uit het district, en het is langs geweest bij vijf van de zes teams om informele gesprekken te voeren met de medewerkers. Daarnaast hebben er gesprekken plaatsgevonden met specifieke politiemedewerkers om in kaart te brengen welke communicatievormen tussen de districtsleiding en de teams er in het verleden hebben plaatsgevonden. Tijdens de uitvoering van het onderzoek en in het bijbehorende rapport is een onderscheid gemaakt tussen de vorm van communicatie, de inhoud van communicatie en de frequentie van de communicatie.

Op basis van de resultaten heeft het SPAN drie basisbehoeften geformuleerd. Dit zijn:

  • De behoefte aan meer “warm” fysiek contact, juist buiten de officiële momenten.
  • De behoefte om te weten waar de districtsleiding zich mee bezighoudt en wat het  voor de teams kan betekenen. 
  • De wens om tijdig en op een praktische en begrijpelijke wijze op de hoogte gehouden te worden van ontwikkelingen die er spelen binnen het district, en de mogelijkheid te hebben om ook een mening te kunnen geven. 

Om in deze behoeften te voorzien heeft het span verschillende praktische adviezen geformuleerd. Dit zijn onder andere de volgende adviezen:

  • Waar het kan per team aansluiten bij de ochtendbriefing om mee te krijgen wat er speelt op de werkvloer.
  • Herintroduceer het rouleren van de locaties voor de DMO’s.
  • Plan periodieke dagen om te flexwerken op locatie.
  • Probeer waar het kan aan te sluiten bij teamdagen.
  • Introduceer een maandelijkse digitale nieuwsbrief waarin districtelijke informatie gedeeld kan worden en teamchefs of medewerkers de mogelijkheid hebben om grote zaken of relevante persoonlijke informatie aan te dragen. Ga hierin niet vullen om het vullen en vermijd “inkoppertjes”. Maak met betrekking tot de districtelijke informatie gebruik van begrijpelijk taalgebruik en deel alleen dat wat relevant is voor de teams. 

Momenteel is het SPAN bezig met het terugkoppelen van dit vraagstuk, om na te gaan wat er in de praktijk mee is gebeurd. 

Vuurwerk

Het SPAN kreeg de vraag om mee te denken over de invulling van oud en nieuw. De specifieke vraag luidde: hoe kan de overlast in Leiden tijdens oud en nieuw teruggedrongen worden zonder dat hier extra handhaving voor ingezet wordt? Tijdens de start van deze opdracht hebben we verschillende invalshoeken van dit vraagstuk bekeken. Uiteindelijk hebben wij ervoor gekozen, in overleg met politie en gemeente, het onderzoek te laten focussen op alternatieven voor de traditionele oud en nieuw viering. Met deze alternatieven hopen we de inwoners, ondernemers en de gemeente van Leiden te inspireren voor een nieuwe invulling van oud en nieuw. Een oud en nieuw waar vuurwerk uiteindelijk geen rol meer hoeft te spelen en waar veilig en feestelijk de nacht kan worden gevierd door alle inwoners. Zo kan de politie ook veiliger optreden als dit eventueel toch nodig zou zijn.

Mocht je geïnteresseerd zijn in het hele rapport, stuur dan een mailtje naar span.leiden@gmail.com

Recherche

In opdracht van de districtsleiding Leiden-Bollenstreek en de directie operatiën, heeft het Student Politie Advies Netwerk (SPAN) een adviesrapport geschreven over de doorstroom van de Gebiedsgebonden Politie naar de Opsporing. Het doel van dit rapport was het inzichtelijk krijgen van de factoren die van invloed zijn op de aantrekkelijkheid van het werken in de opsporing in de eenheid Den Haag. Het SPAN is op zoek gegaan naar antwoorden op vragen zoals: hoe kan het dat er weinig doorstroom is van de GGP naar de opsporing, en hoe kan het werken binnen de opsporing aantrekkelijker gemaakt worden?

Het onderzoek is uitgevoerd in drie delen. Elk deel betreft een andere onderzoeksmethode, te weten het literatuuronderzoek, de enquête en de dynamische bijeenkomst.

Het literatuuronderzoek is uitgevoerd om mogelijke beweegredenen van werknemers om door te stromen naar een andere functie in kaart te brengen. Ook is het begrip ‘duurzame inzetbaarheid’ onderzocht. Uit de resultaten uit de literatuur is de enquête opgesteld. De enquête is 106 keer ingevuld. De respondenten bestonden ongeveer voor de helft uit Opsporingsmedewerkers en voor de andere helft uit GGP’ers. 

In de dynamische bijeenkomst kwamen medewerkers uit de Opsporing samen en konden zij hun mening geven over kernthema’s die uit de antwoorden van de enquête naar boven kwamen. De kernthema’s die tijdens de dynamische bijeenkomst werden besproken waren; ontwikkeling, rooster, meelopen en werving. Plenair is, naast de hoofdthema’s, het financiële aspect van het werk nog aan bod gekomen. 

De kernbevinding die uit het onderzoek naar voren is gekomen, is dat de stap van de GGP naar de Opsporing niet als doorstroom moet worden gezien, maar meer als een zij- of overstap naar een andere functie. De werkzaamheden bij de Opsporing kennen een ander takenpakket waarbij andere kwalificaties van belang zijn dan bij de GGP. Met deze bevinding in het achterhoofd ligt het meer voor de hand om voor de Opsporing ook een aparte opleiding op te zetten, en op een andere manier te werven. Een externe werving, buiten die van de GGP, zou er ook voor kunnen zorgen dat de tekorten binnen de Opsporing minder worden. 

Mocht je geïnteresseerd zijn in het hele rapport, stuur dan een mailtje naar span.leiden@gmail.com, dan zullen wij beoordelen of het mogelijk is het rapport op te sturen.

BTGP

Vanuit de Eenheid Den-Haag, district Leiden-Bollenstreek, heeft het Student Politie Advies Netwerk (SPAN) een adviesrapport geschreven over een protocol voor de nazorg van slachtoffers van een onterechte Benaderingstechniek Gevaarlijke Personen (BTGV). Het resultaat van dit rapport is het aanleveren van een handelbaar protocol dat geïmplementeerd kan worden binnen het politieapparaat. Het SPAN is op zoek gegaan naar antwoorden op vragen als: wat zijn de behoeften van slachtoffers, en wat is werkbaar/haalbaar voor de politie?

 

Het onderzoek is uitgevoerd in twee delen. Het eerste deel betreft een literatuuronderzoek over de impact van de BTGP-procedure en enkele andere aspecten die bij een BTGP-procedure komen kijken. Het tweede deel betreft meerdere interviews met verschillende partijen. Zo zijn slachtoffers van een onterechte BTGP geïnterviewd, agenten die betrokken waren bij een onterechte BTGP bevraagd, en zijn er gesprekken geweest met Slachtofferhulp en een psycholoog.

 

De kernbevinding die uit het onderzoek naar voren is gekomen, is dat het lastig is om een protocol te schrijven aangezien de nazorg situatie- en persoonsgebonden is. We hebben daarbij gekozen voor drie verschillende situaties; de verdachte blijkt ter plekke onschuldig, de verdachte blijkt op het bureau onschuldig en zaken achter de schermen voor het slachtoffer. Het protocol bestaat uit veel handelingen, maar er komt een aantal naar voren dat erg belangrijk is. Denk bijvoorbeeld aan de situatie uitleggen, het slachtoffer erkenning geven, het slachtoffer helpen bij praktische zaken en goed contact onderhouden met het slachtoffer voor eventuele emotionele steun. De praktische zaken kunnen bestaan uit het veilig   thuisbrengen van het slachtoffer, helpen bij het terugkrijgen van in beslag genomen spullen en waar mogelijk een slachtoffer uit de gevarenclassificatie binnen de politiesystemen halen.

Naast het uitgebreide protocol hebben we een checklist gemaakt dat handvatten biedt voor politieagenten bij een onterechte BTGP-procedure.

 

Mocht je geïnteresseerd zijn in het hele rapport, stuur dan een mailtje naar span.leiden@gmail.com, dan zullen wij beoordelen of het mogelijk is het rapport op te sturen.

OpCo-stelsel

Per 27 januari 2024 is in district D (Zoetermeer – Leidschendam-Voorburg) een nieuw Operationeel Coördinator (OpCo)-stelsel ingevoerd. In opdracht van Theo Zomer, operationeel specialist C basisteam Wassenaar, heeft het Student Politie Advies Netwerk (SPAN) de ervaringen en belevingen van de betrokken medewerkers met dit nieuwe stelsel geëvalueerd. Het doel van het nieuwe OpCo-stelsel was om meer senioren op straat te krijgen zodat zij studenten en jong gediplomeerden kunnen aansturen. Ook moest het stelsel bijdragen aan een betere verdeling van de beschikbare capaciteit.

Voor deze evaluatie heeft een uitgebreid literatuuronderzoek plaatsgevonden om inzicht te krijgen in de afwegingen voor een nieuw OpCo-stelsel in district D. Er is gekeken naar de wijze waarop de OpCo-functie past in de centralisatie binnen de politieorganisatie, het takenpakket van de OpCo, het belang van adequate sturing en de ervaringen van politiemedewerkers. Ook is er gebruikgemaakt van een enquête die verspreid is onder de vier basisteams van district D om inzicht te verkrijgen in de ervaringen met het nieuwe stelsel en de veranderingen in de werkzaamheden. Daarnaast is een enquête verstuurd in district F om de ervaringen met het 1-1-1 stelsel in kaart te brengen.

Vervolgens zijn in district D interviews afgenomen. De interviewvragen zijn gebaseerd op het literatuuronderzoek en de resultaten uit de enquêtes. Om een zo breed mogelijk scala aan perspectieven te verkrijgen over de ervaringen met het OpCo-stelsel, zijn verschillende categorieën medewerkers onderscheiden op basis van hun functie. Voor elk basisteam zijn interviews afgenomen met:

  • Teamchef (TC)
  • Operationeel specialist (OSC)
  • Operationeel expert GGP (OE)
  • Senior GGP
  • Student

Daarnaast zijn er in zowel district D als district F interviews afgenomen met een K-HOvJ. Verder is er een OE-wijk geïnterviewd, evenals een medewerker van de planning.

Op basis van de bevindingen uit dit evaluatieonderzoek heeft het SPAN een adviesrapport opgesteld. Het adviesrapport is gepresenteerd aan DMT en de betrokkenen. 

Kwaliteits-Hulpofficier van Justitie

In opdracht van de Politie Eenheid Den Haag deed het Student Politie Advies Netwerk (SPAN) onderzoek naar de functie van de Kwaliteits-Hulpofficier van Justitie (K-HOvJ). Deze functie, begin 2024 ingevoerd, moet bijdragen aan betere screening en selectiviteit binnen de politie. Screening en selectiviteit bij de politie houdt in dat op basis van vaste criteria wordt beoordeeld of een aangifte of incident aanleiding geeft tot verdere opsporing of registratie.

SPAN onderzocht de werking van de K-HOvJ in de districten Den Haag Centrum (A), Zoetermeer – Leidschendam/Voorburg (D), Westland – Delft (E) en Leiden – Bollenstreek (F).

Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie, een enquête onder basisteams, interviews met betrokken medewerkers en data-analyse via een dashboard. De bevindingen zijn overwegend positief: de K-HOvJ zorgt volgens veel respondenten voor meer kritische keuzes en bewustwording bij beslissingen met betrekking tot screening en selectiviteit.

Toch is er ruimte voor verbetering. De functie blijkt voor velen nog onduidelijk. Wat mag men precies verwachten van een K-HOvJ? Daarom adviseert SPAN om de functie scherper te omschrijven, de sturing vanuit de leiding te versterken en de persoonlijke verbinding tussen K-HOvJ’s en de werkvloer te bevorderen.